0
Mijn winkelwagen

Je winkelwagentje is leeg.

Mini Parkour en concentratie

De afgelopen jaren is er meer aandacht gekomen voor schermgebruik door kinderen en jongeren en de negatieve invloed daarvan op hun concentratievermogen

Uit onderzoeken blijkt dat er een verband is tussen de hoeveelheid tijd die kinderen en jongeren op een scherm doorbrengen en hun vermogen om de aandacht vast te houden.

Het vermogen om de aandacht vast te houden wordt gedefinieerd als:

• Het vermogen om jezelf te reguleren.
• Het vermogen om afleiding te vermijden.
• Het vermogen om de focus op een taak te behouden.

Onderzoek laat zien dat we allemaal, maar vooral kinderen en jongeren, ons concentratievermogen kunnen trainen en verbeteren.
Dat dit mogelijk is, komt doordat onze hersenen plastisch zijn. Jonge hersenen zijn zelfs plastischer dan oudere hersenen. Met ‘plastisch’ wordt bedoeld dat de hersenen nieuwe verbindingen kunnen maken en zo nieuwe kennis kunnen opdoen.

Signalen van een slechte concentratie die ik bij kinderen in mijn praktijk zie, zijn dat zij snel opgeven en het moeilijk vinden om nieuwe motorische vaardigheden te herhalen. Ze zijn snel afgeleid, vinden het lastig om het nut ergens van in te zien en hebben moeite om een activiteit vol te houden..

Signalen van concentratieproblemen bij jonge kinderen
• Staan midden in een gesprek of activiteit op.
• Hebben hulp nodig om een reeks gewone taken vol te houden, zoals aankleden.
• Veranderen steeds van aanpak, terwijl hun eerste aanpak goed werkte.
• Willen een activiteit niet herhalen, maar lopen weg of gaan gek doen.

Signalen van concentratieproblemen bij schoolkinderen
• Slordig werken zonder dat ze dit zelf doorhebben.
• Zien het nut van een activiteit niet in.
• Vinden het moeilijk om de aandacht bij de taak te houden en beginnen ineens over iets anders te praten.
• Luisteren niet volledig naar instructies.
• Verbeteren zichzelf niet wanneer ze een duidelijke fout maken.
• Hebben een onrustige oogbeweging, maken weinig oogcontact en kunnen niet onthouden wat er is gezegd.

Mini Parkour®

De vele onderdelen van het Mini Parkour kunnen op veel verschillende manieren worden opgebouwd. Dit zorgt voor uitdaging voor kinderen van verschillende leeftijden en niveaus.

Wanneer kinderen helpen met het bouwen van een Mini Parkour-parcours en zelf regels mogen bedenken voor de activiteit, ondersteunen we hun gevoel van samen beslissen en zelfstandigheid. Het ervaren van zelfstandigheid vergroot de motivatie, concentratie en focus op de activiteit.

Zelfstandigheid is belangrijk voor het ontwikkelen van onafhankelijkheid. Als een kind door zijn gedrag of acties niet aanvoelt wanneer iets genoeg is, dan hebben we mogelijk te vroeg zelfstandigheid en verantwoordelijkheid gegeven op een gebied dat het kind nog moeilijk vindt. In zo’n situatie is het belangrijk dat volwassenen het kind ondersteunen. Dit kan door opnieuw te kijken naar waar en hoeveel zelfstandigheid passend is, zodat het kind succes kan ervaren.

Ongeacht de leeftijd heeft iedereen behoefte aan controle en zelfstandigheid in het leven.

Casus: Robert
Door fysiotherapeut Hannah Harboe

Robert is 11 jaar. Zijn ouders en leerkrachten maken zich de laatste tijd veel zorgen over zijn ontwikkeling. Van een actieve jongen, vol energie en met een grote behoefte om te spelen en buiten te zijn, is hij veranderd in iemand die sterk afhankelijk is van zijn mobiele telefoon. Hij springt van het ene naar het andere, raakt snel geïrriteerd en vindt het moeilijk om taken af te maken. Dit geldt voor dagelijkse dingen zoals huiswerk maken, ’s ochtends zijn tas inpakken, aan tafel blijven zitten tijdens het eten en zelf het initiatief nemen om met vrienden af te spreken.

Vroeger hield hij van lezen. Nu kan hij zich niet meer concentreren op een gedrukte tekst en kijkt hij liever video’s of zit hij op social media. Bij de start van de therapie is zijn schermtijd ongeveer 7 tot 8 uur per dag.

Zijn hoge schermgebruik zorgt voor veel conflicten in het gezin. De tijd die hij met zijn ouders doorbrengt, voelt vaak als een voortdurende strijd om zijn gedrag te veranderen. De eerste drie keer dat Robert in de praktijk kwam, richtten we ons op succeservaringen en plezier in het samenspel. We zorgden dat zijn hartslag omhoog ging en dat hij weer kon lachen.

Samen met zijn ouders analyseren we in welke situaties Robert meer zelfstandigheid kan krijgen en kan meebeslissen, en welke situaties nog te moeilijk voor hem zijn om zelf te regelen. We bespreken dat zijn ouders hem zelf verantwoordelijkheid hebben gegeven over zijn schermgebruik, terwijl dit voor hem eigenlijk te moeilijk is. Robert zegt zelf dat hij nooit genoeg krijgt van een scherm.

Omdat hij zich veilig voelt bij mij, praten we over hoe hij het thuis en op school steeds moeilijker vindt om zich te concentreren. We spreken af dat we samen “detectives” worden en gaan onderzoeken hoe hij zijn concentratie kan verbeteren.

Robert begrijpt dat je moet oefenen als je iets wilt leren. Om concentratie te leren, moet je concentreren.

We gebruiken Mini Parkour in de therapie om zijn concentratie te meten. Robert helpt mee om obstakels te kiezen voor een Mini Parkour-parcours. We meten hoe lang hij zijn aandacht kan vasthouden tijdens het uitvoeren van het parcours dat we samen hebben gebouwd.

Thuis oefent Robert zijn concentratie door boeken te lezen en motorische oefeningen te doen. Beide activiteiten worden langzaam uitgebreid in tijd en aantal. In het begin leest en traint hij 5 minuten achter elkaar. Na 3 weken kan hij dit 20 minuten volhouden. De volgende stap is dat het hele gezin afspraken maakt om de schermtijd te verminderen.

Robert komt inmiddels al een jaar in therapie. Zijn concentratie is meetbaar verbeterd. Hij is over het algemeen vrolijker en weer meer lichamelijk actief. Zijn schermtijd wordt nu door zijn ouders gecontroleerd en is minder dan 2 uur per dag. Meestal gebruikt hij die tijd om met vrienden te gamen.

Hoewel zijn schermtijd door de volwassenen wordt bepaald, heeft Robert meer zelfstandigheid gekregen op gebieden die hij wel aankan.

Hij kiest zelf welke kleding hij draagt, wat er in zijn broodtrommel gaat en met wie hij wil spelen. In het begin bepaalde ik de activiteiten tijdens de therapie. Nu geef ik alleen nog de kaders aan. Robert bedenkt zelf wat hij wil doen met Mini Parkour.

Hij vindt het geweldig om nieuwe en moeilijkere parcoursen te bouwen en deze te voltooien. Hij houdt zijn aandacht erbij en begrijpt goed dat het om concentratie gaat wanneer hij een doel kan benoemen en blijft oefenen tot hij dat doel bereikt.